Floris Naus is begin november officieel klaar met zijn promotieonderzoek, waarin hij het potentieel van ondergrondse zoetwaterberging in zuidwest Bangladesh beschrijft. Naast dat hij dit potentieel heeft onderzocht van een geohydrologische kant, heeft hij ook gekeken naar de sociale kant van het probleem. In deze column gebruikt hij zijn promotieonderzoek als voorbeeld om te illustreren waarom het zo belangrijk is om ook buiten je vakgebied te blijven denken.

In Bangladesh is water zat, maar drinkwater van goede kwaliteit is zeldzaam. Grondwater is in Bangladesh niet direct drinkbaar door de welbekende problematiek omtrent arseen. In Zuidwest-Bangladesh bevat het grondwater ook nog eens veel zout. Hierdoor zijn mensen vaak toegewezen op het drinken van regenwater. Tijdens de moesson is dit geen probleem, en valt er bijna dagelijks nieuw schoon regenwater om gedronken te worden. In de winter is er in dit gebied echter voor een paar maanden helemaal geen regen en slinkt de drinkwatervoorraad.

Om dit probleem op te lossen zijn er zogenoemde MAR (Managed Aquifer Recharge) systemen geintroduceerd, die regenwater van de moesson opslaan in de ondergrond om te kunnen gebruiken in de droge winter. Vanuit een geohydrologisch perspectief zijn er veel parallellen tussen het functioneren van deze MAR systemin en van warmte- en koudeopslag (WKO) systemen. Tijdens mijn promotie was mijn doel om te onderzoeken waar in het gebied deze systemen het beste konden worden geplaatst.

In eerste instantie ging ik dit probleem te lijf als een geohydroloog zou betamen. Ik onderzocht wat de ideale ondergrondse omstandigheden waren voor zoetwaterberging, en waar die omstandigheden in het gebied aanwezig waren: het geohydrologisch potentieel voor MAR. Specifiek onderzocht ik de aanwezigheid van een goed doorlatend watervoerend pakket om het water op te slaan, en de aanwezigheid van niet te zout grondwater om te voorkomen dat het geinjecteerde zoete water door menging en dichtheidsstroming verloren zou gaan.

Tijdens mijn veldwerk in Bangladesh zag ik in dat het ook belangrijk is om het sociale potentieel voor MAR te onderzoeken. Je kan de MAR systemen wel op de geohydrologisch meest geschikte plekken zetten, maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de mensen het ook zullen gebruiken. Zo kan het zijn dat een MAR systeem niet in gebruik genomen zal worden als mensen gehecht blijven aan en kiezen voor hun huidige (onveilige) manier van waterproductie. Het is ergens maar goed dat in Nederland de keuze voor veilig drinkwater ook makkelijk en goedkoop is: kraanwater.

Voor Bangladesh is het sociale potentieel extra relevant, aangezien er wordt verwacht dat de lokale gemeenschappen de systemin overnemen en onderhouden. Hoewel er een paar succesverhalen zijn van gemeenschappen die de MAR systemen goed blijven onderhouden, is dit vaak te veel gevraagd. Het zou dan ook beter zijn als een regional overkoepelend orgaan de verantwoordelijkheid neemt om de systemen te onderhouden.

Mijn boodschap is dan ook om tijdens projecten een interdisciplinaire visie te houden zodat je het grote plaatje niet uit het oog verliest. Uiteindelijk zal je onderzoek hierdoor een veel grotere maatschappelijke waarde krijgen!

Floris Naus, PhD, Witteveen+Bos

Dit artikel verscheen eerder in vakblad Bodem januari 2021

Categorieën: Column

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *