Tijd om jonge professionals een stem te geven in de bodemafspraken?

De toekomst van de Nederlandse bodem is niet rooskleurig. Verzuring. Verdroging. Verdichting. De bodem laat het allemaal over zich heen komen. Er is niets dat de bodem er zelf aan kan doen. De bodem kan immers niet tegensputteren; jongeren kunnen dat wél. Kijk maar naar de klimaatprotesten. Wordt het tijd de jongere een stem te geven in de bestuurlijke bodem afspraken?

In Nederland is de druk op het ruimtegebruik hoog: veel mensen willen een stukje om te doen wat zíj belangrijk vinden. Ik, als jonge ambitieuze professional, ben daarop geen uitzondering. Ook ík wil een huisje hebben en ook ík wil ruimte voor klimaatmitigatie en een onverstoorde bodem. Ook jij, lezer, zal ambities hebben; het blijft maar de vraag of ik en jij ruimte kunnen geven aan onze respectievelijke ambities. Want wat kan ik bijdragen aan de gezondheid van de bodem? Doe je mee in het conflict over de bodem? Nee: van wie bodem is mag jij niet bepalen. Doe je als jonge rofessional mee in het conflict over de regels? Nee wat er met die bodem gebeuren mag, mag jij niet bepalen. Je doet niet mee in het conflict over autoriteit: verkiezingstijd is voorbij en het is niet aan jou om te bepalen wie de macht krijgt. En als we het specifiek over de bodem hebben; vooralsnog heeft jongeren geen plek gekregen in de nieuwe kennisinfrastructuur onder de bestuurlijke afspraken.

Waar doet de jonge professional wel mee? Hij doet mee in het conflict over de redeneerlijnen, over de paradigma’s. Hij doet mee in de vraag over wat wordt gerechtvaardigd: ‘No Farmers no Food’ of ‘No Soil no Life?’ Bij de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling, oftewel de Rio Earth Summit van 1992, werd besloten: water is een mensenrecht. Tegelijkertijd vond men in Ierland: de toegenomen schaarste van water moest betekenen dat water een economisch goed was geworden waar de markt over kon beslissen. Wat voor water geldt, geldt voor bodem. Twee paradigma’s, twee sterke verhalen en een discussie die het hele leven van de jonge professional al speelt.

In ieder conflict kun je een stem krijgen, als je maar een goed verhaal vertelt. Ambassadeurs van het mensenrecht paradigma hebben nooit moeite gehad een wenkend perspectief te houden voor de lange termijn: In Colombia, heeft een rivier rechten gekregen vanwege wat hij voor het menselijk leven biedt en ook Nieuw- Zeeland heeft een dergelijke wet. Filosoof Bruno Latour kwam met het Parlement der dingen en in Nederland kwamen enthousiastelingen met de Ambassade van de Noordzee. Ook in het economische perspectief zijn er ideeën voor langetermijndenken in een korte termijn wereld. Zoals de econoom Thomas Piketty, die bij uitstek een wenkend perspectief biedt. Hij kaart grondprijzen aan en stelt voor om het bezit van grond te veranderen van permanent naar tijdelijk. Kate Raworth, bekend van de donuteconomie, is de heldin van hen die economie aan duurzame ontwikkeling willen koppelen en zet een plafond voor de mogelijkheden van de biosfeer.

Wat doen deze mensen goed? Wat is er nodig om een verhaal goed te kunnen vertellen? Wat kan de jonge professional betekenen? Ik vroeg het Hoogleraar en bodemambassadeur Barbara Baarsma. Haar antwoord: er is niks bijzonders nodig, je geeft de bodem zélf een stem; door zelf dat verhaal te gaan vertellen. Is dat dan de rol weggelegd voor de jonge professional: stem voor de bodem? JongBodem raapte de handschoen al eens op: samen reageerden we bijvoorbeeld op de publieke consultatie van de EU-bodemstrategie. Word het tijd om de stem van de jongeren op te nemen in de bestuurlijke afspraken?

Sverre van Klaveren

Dit artikel verscheen eerder in Vakblad Bodem december 2021