Wereldbodemdag 2025 | Jan Willem Berendsen
Van hogere zandgronden
naar hogere zavelgronden
Jan Willem Berendsen, werkt als zelfstandige land use and natural resources consultant
Verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en klimaatbestendigheid door toevoeging van klei aan zandige landbouwgronden
Oei, dat is schrikken! De grondsoort veranderen! De vorming van onze pleistocene zandgronden heeft tienduizenden jaren geduurd. Dat wil je toch niet in één dag even om zeep helpen? Nee. Maar het gaat hier alleen om de bouwvoor, die al decennia, zo niet eeuwen, intensief bewerkt en aangepast is. Het verrijken van zandgronden met kleigrond is juist een kansrijke methode om landbouwgronden klimaat robuuster te maken. Met deze aanpak wordt in feite een zavelgrond gecreëerd: een bodem die beter water en nutriënten beter vasthoudt en tegelijkertijd bijdraagt aan CO₂-vastlegging.
LIFECO2SAND
Het Europese LIFE CO2SAND-project richt zich op het duurzaam verbeteren van zandbodems in de Europese zandgordel (zandgronden die in grote delen van Nederland en Noordwest-Europa voorkomen). Met het mengen van een beetje klei in de bouwvoor, de bovenste 30 centimeter van de bodem, wordt het lutumgehalte in dit gedeelte van de bodem verhoogd tot ongeveer 8 %.
Het project loopt van 2021 tot en met 2026 en heeft als doel om in totaal zo’n 700 hectare zandige landbouwgrond met klei te verrijken. Er wordt gebruik gemaakt van klei die vrijkomt uit landinrichtingsprojecten. Op deze manier draagt het project bij aan het duurzamer hergebruik van gronden. Om het eenvoudiger te maken om vrijkomende grond hoogwaardig te hergebruiken, wordt bij het LIFE CO2SAND project een model ontwikkeld het zogenoemde “Grondstromenmodel”. Op basis van uiteenlopende effecten (financiële, stikstof, CO2-opslag, waterhuishouding van de bodem) helpt dat model te bepalen hoe en waar de klei optimaal gebruikt kan worden.
Demovelden: van theorie naar praktijk
Om de werking van het “klei-in-zand”-principe in de praktijk te testen, zijn binnen het LIFE CO2SAND zes demovelden ingericht: vier in de provincie Gelderland, één in Noord-Brabant en één in Overijssel. Op deze demovelden kunnen belangstellenden zien wat de invloed is van het aanbrengen van klei en van methoden voor spreiden en inwerken.
Naast fysieke verbeteringen in het veld, laten metingen op de demovelden zien dat de pH, kationenuitwisseling en het watervasthoudend vermogen omhoog is gegaan. Dat wijst erop dat de gronden minder gevoelig worden voor droogte en uitspoeling. Op WUR proefboerderij De Marke is aangetoond dat de verrijkte gronden niet alleen meer water kunnen vasthouden, maar ook hogere maïsopbrengsten laten zien. Ook het zetmeelgehalte in de geoogste maïs neemt toe — een duidelijke aanwijzing dat de bodem vruchtbaarder en productiever wordt.
Klimaatwinst en bodemleven
De maatregel “klei-in-zand” draagt bij aan klimaatmitigatie. De bodem houdt door de verbeterde structuur meer organische stof vast. Dat betekent ook een grotere opslag van koolstof (CO₂).
Tot slot heeft de verrijking van zandgrond met klei een positieve invloed op zowel het micro- als macrobodemleven: de leefomstandigheden voor wormen, schimmels en bacteriën zijn beter in de rijkere zavelige bodem. Een sterker en diverser ecologisch systeem versterkt op zijn beurt de weerbaarheid van de bodem tegen droogte, erosie en ziektedruk.
Meer weten?
Stuur een bericht naar lifeco2sand@gelderland.nl