Van bodemdata naar bewustwording
Ik wil graag mijn steentje bijdragen aan het leefbaar houden van deze planeet. Het gaat mij erom iets terug te geven. Een mens krijgt van de natuur zoveel; dat begint al bij de geboorte wanneer micro-organismen zich in en op het lichaam van een baby nestelen om die te beschermen en te versterken. Dit is de start van een onophoudelijke stroom van cadeautjes van de natuur, die wij de rest van ons leven in ontvangst blijven nemen. De bodem is ook zo’n gulle gever, maar zijn wij onszelf daarvan wel bewust en wat geven wij terug?
Om die reden vind ik het een goede ontwikkeling dat er in het bodemwerkveld steeds meer aandacht is voor ecosysteemdiensten, en dat dit begrip zo centraal staat in de recent aangenomen Europese Richtlijn bodemmonitoring- en veerkracht (hierna ‘richtlijn’). De richtlijn beoogt gezonde bodems in heel Europa in 2050 en streeft ernaar dat het vermogen van de bodem om ecosysteemdiensten te leveren niet afneemt.
Ik hoef u als lezer van het vakblad Bodem niet te vertellen dat de bodem de basis is van onze voedselzekerheid en dat wij de bodem hard nodig zullen hebben om ons te beschermen tegen klimaatverandering. En hoewel de bodem niet mobiel is, zijn dat wel degelijk grensoverschrijdende zaken. Dat er internationalisering van het bodembeleid plaatsvindt is vanuit dat perspectief bezien niet vreemd.
Dat de ecosysteemdiensten die de bodem levert ook een economisch rendement met zich meebrengen hoef ik u waarschijnlijk ook niet te vertellen. Als u werkt met de bodem bent u waarschijnlijk goed bekend met de onschatbare waarde die gezonde bodems ons brengen. En daar zit dan ook de crux: die waarde laat zich moeilijk inschatten. Een factor daarin is het gebrek aan data over bodemgezondheid, met name als het gaat om fysische en biologische bodemdescriptoren. Om deze descriptoren vervolgens te koppelen aan indicatoren voor ecosysteemdiensten en daar dan nog een monetaire waarde aan te verbinden vraagt veel inzicht in het bodemecosysteem.
Ook dat heeft de nieuwe Richtlijn Bodemmonitoring en -veerkracht te bieden: met haar intrede zal er een weelde aan data over bodemgezondheid in heel Europa beschikbaar komen die ons ongetwijfeld veel waardevolle informatie zal geven. Bijvoorbeeld over de ecosysteemdiensten die verschillende soorten bodems, met verschillende bodemtypen en landgebruik, ons kunnen bieden. Dit geeft wellicht aanknopingspunten om ook de economische waarde van Nederlandse bodems verder in kaart te brengen. Meer bewustzijn over de waarde van een gezonde bodem is een belangrijke prikkel voor duurzaam gebruik en bescherming van bodemgezondheid.
Daarnaast biedt de richtlijn aanleiding voor internationale uitwisseling van kennis en ervaringen, bijvoorbeeld op het vlak van duurzaam bodembeheer en de doeltreffendheid van maatregelen — als een uitwisseling van cadeautjes, geïnspireerd door de bodem.
Vaker, echter, is het een boek met enkel cliffhangers en achtereenvolgende spectaculaire onthullingen. Een overstroming van een rivier die laagjes, over duizenden jaren geduldig opgestapeld, binnen seconden weggetypexed en overschreven met zand. Soms hoopt sediment zich op met indrukwekkende punctualiteit, zoals in fossiele getijdenafzettingen van de Naaldwijk Formatie, waar keurig elke eb- en vloedstroom met een doodtij ertussen hapklaar gedocumenteerd is. We kunnen uur voor uur meelezen over die ene dag, duizenden of miljoenen jaren geleden. Maar een paar meter verder verlegde een getijdengeul zijn loop en is de hele maand voor altijd weggevaagd.
Dat maakt sediment zo’n fascinerende leugenaar. Het vertelt ons niet alles wat er gebeurde, maar wat er bleef. Wij mensen kunnen wellicht parallellen trekken als we ons eigen geheugen beschouwen. Het bestaan van de mens heeft overigens nog niet zo veel invloed gehad op de aardse boekenserie, tenminste als je ons minuscule aandeel in de geologische tijd beschouwt. Op een tien meter lange boekenplank wordt pas over de eerste mens gerept in de allerlaatste alinea van het laatste boek. Of we onze stempel ook merkbaar hebben gedrukt op de sedimentkolom valt nog te bezien, daarover is de discussie in het antropogeen nog in volle gang. Ik verwacht niet dat we er een oeuvreprijs voor krijgen.
Dus misschien is de auteur van de sedimentkolom zo belabberd nog niet. Juist daar waar plotse overgangen, achteloos verwarrende plot twists of ondoordringbare monologen te vinden zijn, wordt een beroep gedaan op de aardwetenschapper om het verhaal af te maken. Zoveel geologen, nog meer versies van het verhaal over de opbouw en afbraak van Nederland door tijd en ruimte. Raadpleeg dus gerust een welbelezen geoloog over het verhaal van de Nederlandse bodem, het is vaak spannender dan je denkt!
Angelique Vermeer
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Angelique Vermeer, beleidsmedewerker bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, is nauw betrokken bij de implementatie van de onlangs in werking getreden Richtlijn Bodemmonitoring en -veerkracht. Zij werkt aan de ontwikkeling van een kader ter monitoring en beoordeling van de bodemgezondheid in Nederland, om invulling te geven aan verplichtingen uit de richtlijn. Voordat zij werkzaam werd voor het ministerie van IenW en na haar studies Aardwetenschappen (BSc), Milieuwetenschappen (MSc) en Klimaatwetenschappen (MSc) heeft Angelique onderzoek gedaan naar indicatoren voor gezondheid van ecosystemen die kunnen worden afgeleid uit satellietbeelden.